25 jun Algoritmes voor alledag

Slim én lui | Moeite met de chaos in je klerenkast? De stapels papier op je bureau? De aankoop van een huis? Ga dan te werk als een computer. Opruimen of snel handelen is niet altijd het beste.

Je doet de deur van je kledingkast open en schrikt van de chaos. De kast staat op ploffen, truien, T-shirts en onderbroeken liggen kriskras door elkaar en daartussenin vind je die ene verloren sok. Je wilt opruimen, maar er moeten twee besluiten worden genomen: Welke kleding gooi je weg? En hoe ga je de kledingstukken organiseren zodat je niets meer kwijtraakt?

Het ligt misschien niet voor de hand een computerprogrammeur om hulp te vragen, maar de kledingkast lijkt meer op het geheugen van een computer dan je zou denken. En de makers van die computer houden zich bijna obsessief bezig met de vraag hoe ze zo efficiënt mogelijk van opslagruimte gebruik kunnen maken. Want opslag kost in de machine denkkracht, ruimte en geld.

Neem de cache (spreek uit: kesj) van je computer, een plek waar gegevens tijdelijk worden opgeslagen om er zo snel mogelijk gebruik van te kunnen maken. Als deze cache vol raakt moet de computer besluiten data te verplaatsen naar een minder goed bereikbare plek. Om te bepalen welke informatie wordt verplaatst gebruiken programmeurs algoritmes, zoals het LRU-principe: Least Recently Used. De informatie die je het langst geleden hebt gebruikt, wordt het eerst uit de cache gegooid om plaats te maken voor nieuwe data. Het zou zomaar een tip kunnen zijn voor die overvolle kledingkast.