10 sep De loden last van een moderne tijd

We denken dat wij de vooruitgang amper kunnen bijbenen. Het is niets bij wat de Victorianen te verstouwen kregen tijdens de industriële revolutie. Ook zij kregen burn-outs, maar ze wisten er beter mee om te gaan.

De gerenommeerde Britse arts Sir James Crichton Browne maakte zich in 1860 zorgen over de toegenomen ‘snelheid in denken en handelen’ die de moderne tijd van mensen eiste. “In een maand tijd krijgen onze hersenen al meer informatie te verwerken dan onze grootvaders in een paar jaar van hun leven”, constateerde hij in een speech voor een medisch gezelschap. Het zou allemaal grote stress opleveren voor het brein, waarschuwde hij.

“Extraordinary”, zei literair historica Sally Shuttleworth hardop tegen zichzelf toen ze het voor het eerst las. Ongelooflijk, die gelijkenis met onze tijd, waarin we regelmatig te horen krijgen hoe een constante stroom prikkels ons concentratievermogen aantast, en we al multitaskend, twitterend en typend ons brein overbelasten.

De komst van internet, zelfrijdende auto’s, smartphones en robots zijn dan de uitdagingen van onze tijd, maar hoe reageerden onze voorouders toen ze te maken kregen met een duizelingwekkende hoeveelheid uitvindingen in hún tijd, zoals de telegraaf, de spoorwegen, de stoommachine en elektriciteit?

Hoogleraar Shuttleworth, een tengere vrouw in een bloemetjesjurk zonder mouwen, ging er onderzoek naar doen. Inmiddels leidt zij aan de Universiteit van Oxford een uniek vijfjarig onderzoek naar de ziekten die tijdens het Victoriaanse tijdperk (ruwweg de tweede helft van de negentiende eeuw, het hoogtepunt van de industriële revolutie) werden toegeschreven aan de komst van de moderne tijd.