08 dec We labelen mensen omdat het makkelijk is

Die babyboomers hebben ‘goed voor zichzelf gezorgd’. En die millennials ‘interesseren zich voor niks’. We delen mensen vaak in generaties in. Zelfs wetenschappers doen het. Maar op grond waarvan?

Zeg David, jij bent toch psycholoog? Vertel eens, wat weet je van generatieverschillen?” Zo’n tien jaar geleden werd David Costanza benaderd door het hoofd van het onderzoeksbureau van het Amerikaanse leger, het U.S. Army Research Institute for Behavioral and Social Sciences. Leidinggevende militairen hadden moeite jongeren uit de millennialgeneratie te werven en trainen. Ze wilden graag weten hoe hun nieuwe rekruten verschilden van vorige generaties.

Voor Costanza, die werkt aan de George Washington Universiteit in Washington D.C., was het onderwerp nieuw. Natuurlijk, hij kende de stereotypen. Millenials, geboren tussen 1980 en 2000, zouden narcistisch zijn, een tikkeltje lui en niet zo loyaal aan hun werkgever. Maar waarop waren die aannames gebaseerd?

Hij begon met een literatuuronderzoek en nam het werk van collega-wetenschappers onder de loep. En dat was het moment dat hij zich achter de oren ging krabben. Costanza moest concluderen dat het onderzoek naar generatieverschillen rammelde.

Generatiedenken is breed geaccepteerd. In de media lezen we regelmatig over verschillen tussen generaties. De babyboomers (geboortejaren 1940 – 1955) zijn materialistisch ingesteld. De generatie X (1955 – 1970) is vol van cynisme. Millennials (1985 – 2000) lijden massaal aan burnouts. Toch?