30 nov ‘We moeten voorbij de verschillen’

Baukje Prins, lector Burgerschap en Diversiteit, verzet zich tegen een simpele kijk op bevolkingsgroepen in Nederland. “De verschillen binnen die groepen worden steeds groter”, zegt ze. “Daarom moeten we stoppen met ‘wij’ en ‘zij’.”

Baukje Prins ving in de gangen van De Haagse Hogeschool laatst een gesprek op tussen twee studentes. Een meisje met lang zwart haar vertelde: “Ik ben nog nooit uit geweest, dat mag niet van thuis.” Waarop de ander, met lang blond haar, reageerde: “Maar ik ben ook nog nooit naar bed geweest met een jongen die niet mijn vriendje is.”

Prins lacht. “Grappig dat ze dit uitwisselen, het zijn zulke andere werelden.” Maar het gesprek bleef haar ook om een andere reden bij. De meiden waren op zoek naar common ground. Waar liggen de grenzen, wat zijn de normen waar je mee bent opgevoed? Voor de een betekent dat niet aan onenightstands doen. Voor de ander ’s avonds niet op stap gaan. “Mooi dat ze over die verschillen heen open en geïnteresseerd naar elkaar toe zijn.”

Het is een stormachtige dag, en Prins werpt een blik naar buiten vanuit haar woonschip in het centrum van Amsterdam. De regen klettert onophoudelijk tegen het hout en de ruiten van het schip terwijl ze vertelt over haar werk als lector Burgerschap en Diversiteit aan De Haagse Hogeschool. Ze doet onderzoek naar alledaagse omgangsvormen in de ‘superdiverse’ samenleving.

‘Superdiversiteit’ is een begrip dat in 2007 voor het eerst werd gebruikt door de socioloog Steven Vertovec, directeur van het Max Planck Institute for the Study of Religious and Ethnic Diversity. Hij beschreef hiermee een demogra sche omwenteling die gaande is in alle grote steden in Europa, waarbij vanwege de toename van migrantengroepen geen enkele etnische groep meer de numerieke meerderheid vormt.

Foto: Flickr.com/GerardStolk