19 okt Bruin vet, ons ingebouwde afvalmotortje

Bruin vet is goed, het kan het ‘slechte’ witte vet doen slinken. Hoe zet je je bruine vet aan het werk? Een koude douche kan helpen, koffiedrinken ook. Maar wetenschappers zoeken nog naar de bruinvetsleutel.

Eerst zit je nog behaaglijk in de buik van je moeder. Het is er lekker warm, je hoeft je temperatuur niet zelf te regelen. Maar plotseling ­beland je in die koude buitenwereld, waar je lijfje hard aan het werk moet om warm te blijven. Je begint meteen af te koelen. Gelukkig heeft de natuur je een kacheltje meegegeven dat je ­direct na de geboorte op kan stoken.

Het zit ingebouwd rond je nieren, in je nek, tussen je schouderbladen en rond de grote bloedvaten in je borst. Pasgeboren bestaat maar liefst 5 procent van je lichaamsgewicht uit bruin vetweefsel. Het zorgt ervoor dat je niet onderkoeld raakt terwijl je langzaam went aan de koude buitenwereld.

In de eerste maanden van ons bestaan is bruin vet onmisbaar. Lange tijd dachten ­wetenschappers dat de rol van bruin vetweefsel daarna uitgespeeld was. Natuurlijk, volwassen dieren als egels, beren en vleermuizen hebben bruin vet, dat was bekend. Maar die bijzondere gevallen houden een winterslaap. Ze schakelen dan hun thermostaat uit. En als ze wakker worden, moeten ze zo snel mogelijk van binnenuit weer opwarmen.